De politieke verlamming duurt voort

In februari was er het verrassende nieuws dat Fatah en Hamas (plus alle andere Palestijnse fracties) het in Cairo eindelijk eens waren geworden over het houden van algemene verkiezingen. Het zouden de eerste verkiezingen zijn sinds 15 jaar. Eind april werd bekend dat ze voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld. Wiens schuld is dat? En hoe belangrijk is het dat ze niet doorgaan?

Door: Maarten Jan Hijmans – 02/06/2021
Foto: Mondoweiss

Om met de laatste vraag te beginnen: het uitstel (waarschijnlijk zelfs afstel) is uitermate belangrijk. De laatste verkiezingen waren in 2006. Zoals bekend werden die gewonnen door Hamas. Er werd een ‘nationale regering’ gevomd op basis van de uitslag die bestond uit ministers van zowel Hamas als al-Fatah. Israël weigerde echter die regering te erkennen en ermee te werken. Het werd daarbij gesteund door de Verenigde Staten en de Europese Unie – Hamas had immers Israël niet erkend en was een ‘terroristische’ organisatie.

De gevolgen waren niet mis. Fatah vormde alsnog een eigen regering die niet op de resultaten van de verkiezingen was gebaseerd. Het gekozen parlement kwam een paar keer bijeen en daarna nooit meer, omdat Israël dat onmogelijk maakte. Met regelmaat werden parlementariërs van Hamas voor maanden en ook jaren in ‘administratieve hechtenis’ genomen (administratieve hechtenis is een vorm van gevangenisstraf zonder dat daar een proces aan te pas komt).

Vervolgens werd in 2007 in Gaza een couppoging gepleegd door de voormalige veiligheidschef van al-Fatah in Gaza, Mohammed Dahlan. Hij kreeg daarbij steun van Israël en de VS. De poging om Hamas te wippen mislukte, waarna Hamas de macht in Gaza naar zich toetrok en Fatah het nakijken had. De volgende stap was dat Israël een blokkade begon van de Gazastrook, die nu al veertien jaar duurt.

Hamas en Fatah groeiden na deze gebeurtenissen verder uit elkaar. Israël voerde een politiek waarbij de nauwe banden van vroeger tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever zoveel mogelijk werden doorgesneden of onmogelijk werden gemaakt. De twee gebieden werden steeds meer verschillende entiteiten. Tot tevredenheid van Israel, dat al tientallen jaren de Palestijnen graag uit elkaar speelt.

B-garnituur

Op de Westelijke Jordaanoever voerde president Mahmoud Abbas intussen een politiek waarbij de Palestijnse Autoriteit langzamerhand de plaats innam van de voormalige, internationaal opererende PLO. Eén van die manieren was het houden van verkiezingen van Fatah in 2009, waaraan alleen mensen van Fatah in de bezette gebieden konden deelnemen. Onderwijl omringde Abbas zich meer en meer met trouwe volgelingen van B-garnituur, zodat de leiding steeds meer de ‘kliek rond Abbas’ werd. Ook kwam het accent meer en meer te liggen op de veiligheidscoördinatie met Israël, waarbij met de bezettingsautoriteiten wordt samengewerkt om vormen van nationalistisch Palestijnse verzet bij voorbaat de kop in te drukken en mensen preventief op te pakken.

Het netto resultaat was een verdere verkalking van het Palestijnse verzet. De twee partijen, Fatah en Hamas, ondernamen intussen wel pogingen om daaraan iets te doen en weer nader tot elkaar te komen. Er werden meerdere gesprekken gevoerd, gewoonlijk in Cairo en dankzij Egyptische bemiddeling. Er werden ook meerdere afspraken gemaakt. In 2011 werd een akkoord over eenwording bereikt dat niet van de grond kwam. In 2014 werd een nieuwe eenheidsregerering (van technocraten) gevormd waar Israël (en de VS) mordicus tegen waren. De uitvoering ging gepaard met de oorlog van dat jaar in Gaza en stagneerde eveneens door (onder meer financiële) tegenstellingen tussen de twee partijen. In 2017 werden nieuwe besprekingen geopend, in 2018 kwam er een principe-akkoord over verkiezingen. En in februari van dit jaar werden dan eindelijk de plannen concreet. De twee kemphanen – ook alle andere Palestijnse fracties waren daarbij overigens van de partij partij – besloten hun geschillen opzij te zetten tot na de verkiezingen en startten met het organiseren van parlementsverkiezingen op 22 mei, presidentverkiezingen in juli en nieuwe verkiezingen voor het parlement van de PLO, de Palestijnse Nationale Raad (PNC), in augustus.

Voor Abbas en de zijnen waren de verkiezingen een broodnodige gelegenheid om zijn eigen legitimiteit en die van zijn regering te verstevigen. Abbas was immers in 2005 gekozen– voor een termijn van vijf jaar. Zijn regering is benoemd (niet op basis van verkiezingsuitslagen) en hij regeert per decreet. Voor Hamas was het een uitgelezen gelegenheid om eindelijk volledig deel te kunnen gaan nemen aan de Palestijnse bevrijdingsstrijd. Via verkiezingen hoopte Hamas weer legitieme voet aan de grond te krijgen op de westelijke Jordaanoever. En belangrijker: via presidentsverkiezingen en verkiezingen voor de PLO (waar Hamas nog geen lid van is omdat Fatah dat jaren heeft tegengehouden) hoopt de beweging ook de strijd weer wat nieuwleven in te blazen en weer uit te breiden tot de Palestijnen buiten Israël en de Palestijnse gebieden.

Nieuw programma

Hamas had voor deze verkiezingen ook zelf een belangrijke aanpassing ondergaan. Op 1 mei 2017 presenteerde het een nieuw politiek programma, waarin het de grenzen van vóór 5 juni 1967 erkende en zich uitsprak voor de stichting van een onafhankelijk Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad – als die stap tenminste zou worden goedgekeurd door een Palestijns referendum. Het erkende Israël niet, en gaf ook de gewapende strijd niet op. Maar eerder had Hamas de PA al gemachtigd met Israël te onderhandelen. Verder legde het de islamitistische veren af en noemde het zichzelf een ‘nationalistische’ beweging, terwijl het de antisemitische elementen van zijn Handvest ontkrachtte door te zeggen dat Hamas tegen zionisten was, maar niet tegen joden.

Eind april werden de voorbereidingen van de verkiezingen echter gestaakt. Abbas maakte bekend dat ze voor ‘onbepaalde tijd’ zijn uitgesteld, omdat Israël via indirecte kanalen te kennen had gegeven dat er – ook al was Israël daar onder de Akkoorden van Oslo wel degelijk toe verplicht – niet in Oost-Jeruzalem zou mogen worden gestemd. Stemmen zonder dat dit ook in Jeruzalem gebeurde zou gelijkstaan aan het opgeven van het oostelijke stadsdeel, zo lieten PA-kopstukken weten, en dat wilde de PA onder geen beding. In 2006 lag Israël ook dwars wat stemmen in Oost-Jeruzalem betrof, maar toen grepen de Amerikanen op het laatste moment in. Ditmaal gebeurde er niets.

De Israëlische weigering stemmen in Oost-Jeruzalem toe te staan was een legitieme reden voor Abbas en de zijnen om de verkiezingen niet te houden. Maar een waarschijnlijk belangrijker reden was, en eentje die ook mede de stilte van de VS en Europa verklaart, was dat uit de peilingen bleek dat ook deze verkiezingen ruimschoots gewonnen zouden gaan worden door Hamas. Nog een reden was dat binnen al-Fatah, waarvan de populariteit intussen allang een dieptepunt had bereikt, een splitsing had plaatsgevonden. Zo kwam Marwan Barghouthi, die in Israël vijf maal levenslang uitzit wegens zijn aandeel in de Intifada van het jaar 2000, uit met een eigen lijst. En alle voorspellingen wezen uit dat Barghouti, die een populaire, pragmatische en gematigde leider is (hij wordt vaak vergeleken met Nelson Mandela), met groot gemak Abbas van zijn presidentiële troon zou hebben gestoten.

Al met al treurig dus, dit verhaal: opnieuw een gemiste kans om de Palestijnse politiek wat nieuw leven in te blazen. Abbas zal waarschijnlijk proberen met wat lapwerk te komen – bijvoorbeeld de vorming van een nieuwe zogenaamd ‘’nationale’ regering. Israël is blij dat de dreiging van een effectief, gesloten Palestijns front, waarbij ook de PLO weer een rol zou gaan spelen, weer is uitgesteld. En de VS en Europa kunnen slaperig blijven dromen van een ‘vredesproces’ en een twee-statenoplossing waarin afgezien van wat politici intussen vrijwel niemand meer gelooft.

Meer lezen? Maarten Jan Hijmans houdt sinds 2009 een eigen blog bij met nieuws en commentaren over het Midden-Oosten.